U bent hier

Wat zegt de wet over het loon van een student?

Als algemeen principe geldt dat de student aanspraak maakt op hetzelfde loon als andere werknemers in de onderneming die tot dezelfde categorie behoren, rekening houdend met de beroepskwalificatie en de leeftijd.

Om het loon van de student te bepalen, moet men in eerste instantie kijken naar het loon dat bij CAO is vastgelegd in de sector waar de student werkt of in de bedrijfsbarema’s.

Het kan zijn dat de sector een specifiek baremaloon of eventueel degressiviteitspercentages voorziet voor studenten of jongeren. Indien deze niet bepaald zijn, maar de sector een gewaarborgd minimum maandinkomen voor 21-jarigen (GMMI) voorziet, moet dit GMMI worden toegepast voor de +21 jarigen. Voor diegenen jonger dan 21 jaar worden op het GMMI de volgende percentages toegepast:

indien er voorzien is in degressiviteitspercentages, dan moet dit volgens zijn leeftijd worden toegepast.

Eventueel bestaat er een sectoriaal gewaarborgd minimum maandinkomen voor 21-jarigen. Hierop moeten, naargelang de leeftijd, volgende percentages worden toegepast:

Leeftijd 20 19 18 17 16 en jonger
Percentage 94% 88% 82% 76% 70%

Bij afwezigheid van een sectoriaal minimum maandinkomen, moet het nationaal minimum maandinkomen worden toegepast. Hierbij gelden dezelfde percentages als hierboven vermeld.
Deze nationale minimumlonen zijn:

leeftijd maandloon uurloon 38 u/w
21 € 1 501,82 € 9,120

Voor degenen die jonger zijn dan 21 jaar, worden op het GMMI de volgende percentages toegepast:

leeftijd 20 19 18 17 16 en jonger
percentage 4% 88% 82% 76% 70%

 

 

Dit geeft de volgende bedragen (sinds 01.02.2013):

leeftijd maandloon uurloon 38 uur/week
20 € 1 411,71 € 8,5731
19 € 1 321,60 € 8,0259
18 € 1 231,49 € 7,4787
17 € 1 141,38 € 6,9314
16 € 1 051,27 € 6,3842

 

De student heeft daarnaast ook recht op verplaatsingskosten, maaltijdcheques,.. volgens modaliteiten van de sector of gebruiker.

recht op betaalde feestdagen

De student heeft recht op betaalde feestdagen :

    • tijdens de overeenkomst
    • eventueel na einde van de overeenkomst

Tijdens de overeenkomst:
Voor doorlopende contracten dient uiteraard de feestdag (binnen contract) uitbetaald te worden (tenzij er de arbeidsdag voor of na de feestdag een ongewettigde afwezigheid was).

Dagcontracten

Wanneer er evenwel sprake is van dagcontracten dan kan de feestdag in bepaalde gevallen als zijnde buiten contract worden beschouwd.
Om deze regeling te kunnen toepassen mag er in geval er sprake is van dagcontracten zeker geen contract worden aangemaakt en uitbetaling gebeuren voor de feestdag. Als er dan vragen komen over de uitbetaling van de feestdag dan kunnen we ons in eerste instantie beroepen op de regeling voor wat betreft feestdagen buiten contract (zie schema hieronder). Als er dan toch nog bijkomende reacties zouden komen op basis van b.v. vakbonden dan vernemen we dit graag van jullie zodat we daar gepast op kunnen reageren.

Na het einde van de overeenkomst:

Hieronder geven we een schematisch overzicht m.b.t. de feestdagenregeling voor feestdagen na einde overéénkomst

Anciënniteit op het einde van de overéénkomst Recht op
Minder dan 15 (kalender)dagen Geen enkele feestdag na het einde van de overeenkomst
Tussen 15 (kalender)dagen en 1 maand 1 enkele BF indien deze valt binnen de 14 dagen na het einde van de overeenkomst
Meer dan 1 maand Alle BF’s die vallen binnen de 30 dagen na het einde van de overeenkomst
Opgelet: bij een inactiviteitsperiode van meer dan 7 kalenderdagen vervalt de anciënniteit.